-door Mirjam Adriaans, foto's Ronald Rietman, David Munnelly-
De Ierse accordeonist David Munnelly en de Nederlandse fluitist Ies Muller vormen een bijzondere  muzikale combinatie. Ze spelen vakkundig, met passie en een goed gevoel voor humor waar ze hun publiek graag bij betrekken. De optredens die ik meemaakte waren meer dan de moeite waard, soms zelfs magisch. Nu is hun tweede album, Middle Of Life, klaar en dat gaan ze in september/oktober presenteren aan het Nederlandse publiek. Een mooie gelegenheid om eens in gesprek te gaan met Ies Muller, over vanalles en nog wat, maar vooral over muziek (folk en balfolk).

Toen de Ierse accordeonist David Munnelly in 2017 begon met de reeks Akoestische Kamer in De Parel van Zuilen in Utrecht vroeg hij me om per mail wat vragen te sturen voor zijn gasten. De Nederlandse fluitist Ies Muller mocht de spits afbijten in de bijzondere reeks (die ik helaas nooit zelf bezocht heb) en dat artikel kun je hier teruglezen. 

Op dat moment wordt Ies al beschouwd als een van de beste folkfluitisten van Nederland, een discipline waarin hij ook lesgeeft. Hij heeft een voorkeur voor Ierse en Bretonse muziek en speelt vooral houten dwarsfluit, maar ook whistle en de Bretonse instrumenten bombarde, biniou en veuze. Zijn naam is dan al verbonden aan een flink stel bands en duo's en dat houdt zeker niet op na zijn optreden in De Akoestische Kamer. Hij is onder meer te horen op het album Gazing At The Moon (2018) van The Helen Flaherty Band en ook de samenwerking met David Munnelly bevalt goed, dus verschijnt in 2019 hun eerste album, Detached. Daarnaast wordt hij actief in de balfolkmuziek, vervult een gastrol als fluitist op de twee albums van Wouter en de Draak (het titelloze debuut uit 2018 en de opvolger Zonnewachter uit 2021) en vormt het duo Laouen met accordeonist Bert Leemans

Ies Muller
Ies Muller

David Munnelly is ondertussen terugverhuisd naar Ierland en De Akoestische Kamer bestaat niet meer, maar wie de column volgt weet dat de algemene vragen van toen telkens weer terugkomen in mijn interviews. Met nog een vraag die Ies nog niet beantwoord heeft dus gaan we op het gezellige terras van 't Rozenknopje in Eindhoven (waar Muller & Munnelly op 30 september spelen) in gesprek. Over de duo's waarin hij speelt, fijne locaties om op te treden, zijn vriendschap met David, kortom vooral over muziek, om te beginnen met de vraag die hij toen nog niet heeft beantwoord:

FF: Wat betekent folkmuziek voor jou?

Ies: Folkmuziek... Het is natuurlijk ook die term, een etiket wat je op heel veel dingen kan plakken, maar wat ik er zelf onder versta is traditionele muziek waarbij je een soort directe, ongebroken link aanlegt tussen datgene waar je over speelt of zingt, met wie je dat samendoet en waar het vandaan komt. En voor mij persoonlijk is dat als iets op gehoor wordt aangeleerd. Niet dat ik iets tegen bladmuziek heb, maar het gaat mij erom dat je het persoonlijk doorgeeft aan anderen, dat je hoort hoe iemand iets doet en ook de intentie waarmee het gespeeld wordt. Het is een soort organische vorm van muziek, echt levend. 

Toen ik ging spelen en dat heel graag deed zeiden mensen tegen me "als je met die muziek iets wilt, kun je dan niet beter naar het conservatorium gaan?" Maar ik heb in die tijd altijd een soort afstand bewaard tot meer analytisch en academisch ermee omgaan. Ik wilde juist die muziek leren van iemand die ik tegenkwam in Ierland of Bretagne of mensen in Nederland die dat deden. Dus niet zozeer echt als een studie, want ik dacht altijd: daar doe ik het geweld mee aan en daar betaal je ook een prijs voor. Want je leert heel veel vaardigheden op het conservatorium, zoals solfège en dat soort dingen, die ook heel erg nuttig zijn, maar het antwoord op je vraag is toch een soort levende link naar je bronnen en je medemuzikanten.

FF: Als kind kwam je al in aanraking met folkmuziek, onder meer omdat neef Jan van der Elst (die een album maakte met Sistrum) muziek maakte op verjaardagen. Nu heb je zelf twee kinderen, maakt folk ook deel uit van hun opvoeding?

Ies: Ze zijn er gewoon de hele tijd een beetje mee omringd, want Renske [Duijm, violiste en partner van Ies, red.] speelt ook. Ze vinden het leuk, maar niet de hele tijd, ze spelen met instrumenten maar er is weinig richting aan. Het inspireert wel, ik heb een keertje een soort scottisch geschreven over het eerste stukje fietsen van mijn zoontje Ture. Die fietste zo de straat uit met zijn moeder naar school en toen had ik ineens een tune in mijn hoofd, die vond ik daar heel goed bij passen. En op het album staat er ook een, die heet Lotta's Orange (de wals die in dat lied Foreign Lander zit). Lotta had een aantal maanden, misschien wel een jaar, de gewoonte om altijd met twee sinaasappeltjes, of mandarijnen, een in elke hand, te lopen. Die wou ze ook niet wegleggen en Dave kon daar iets mee. 

Ze gaan ook af en toe mee naar concerten en wat trouwens wel gebeurt is dat we af en toe liedjes maken voor school, maar het is niet zo dat we hun gericht een instrument aanleren. Daar is het ook nog wat vroeg voor, Ture is zes en Lotta drie.

FF: Je zit inmiddels ook in behoorlijk wat duo's. Die waren er acht jaar geleden nog niet, speelde je toen eigenlijk al balfolk?

Ies: Dat is toen denk ik net begonnen met Bert [Leemans, red.], een jaar of acht, misschien iets langer. Maar voor al die muzikanten geldt dat ik een soort muzikale connectie ervaar. Zoals met Bert, we kiezen repertoire uit onze eigen muzikale omgeving en dat is natuurlijk een combinatie van twee heel verschillende achtergronden. Ik speel heel vaak Bretonse muziek en dat komt bij Bert goed uit. 

Met Hamid [Behzadian, red.] is het weer heel anders. Dat is een jongen uit Iran, die woont in Utrecht en die speelt waanzinnig. Hij heeft Indiase muziek gestudeerd, maar speelt ook Mississippi blues en zijn eigen Perzische traditionele muziek. Crossovers kunnen iets kunstmatigs hebben, maar bij hem is de muziek gewoon zoals die is, die drie poten combineert hij, en in ons duo spelen we dan ook Perzische melodieën en veel Bretonse dingen, wat Iers. Maar eigenlijk is het toch hetzelfde, het zijn directe contacten die spelen, als een soort navelstreng bijna, dat je met elkaar die wisselwerking probeert te bewerkstelligen.

Misschien is het ook daarom dat een duo zo fijn is, dat het wat minder complex is. Want als je datzelfde wil proberen met een veel grotere formatie, dan krijg je iets heel anders, dan is dat toch meer arrangeren. Dat is een heel andere manier van muziek maken, die ook heel prachtig is natuurlijk.

FF: En het is ook een kwestie van smaak uiteindelijk.

Ies: Ja precies. Er zijn allerlei dingen die een rol spelen, het is ook nog eens zo dat als je van muziek wil leven, wat wij allemaal proberen, dat je met een duo makkelijker uit de kosten komt dan met een zesmans formatie.

FF: Dan komen we op ritmesectie, drums, percussie, bas, die in de Ierse muziek met gitaar en natuurlijk vooral bodhrán gedaan wordt.

Ies: Wat mij aan Ierse muziek ook trekt is dat percussie vaak in de melodie zit. Ook al speel je onbegeleid, dan kan je nog ontzettend swingen. Dat is een fantastisch gevoel om te doen, bijna alsof je op een soort vliegend tapijtje onderweg bent, heerlijk!

Ik ben niet zo heel rationeel ingesteld, dus ik heb ook vaak dat ik ineens heel erg bevangen kan zijn door een bepaalde melodie, een bepaalde klank of instrument of zo. En het is heel fijn als je dat kan manifesteren in zo'n samenwerking. Zoals met Hamid, want in de Perzische muziek zijn verschillende toonreeksen en toonladders, dat is een heel mooie sfeer vaak. Het is fantastisch om je daarin te begeven!

FF: Over naar het actuele deel van dit interview, het album The Middle Of Life en de komende tour. 

ies muller & david munnelly - middle of life
Ies Muller & David Munnelly - Middle Of Life (eigen beheer)

Hun optredens zijn telkens anders, maar altijd boeiend. Ik kan me een heel fijn intiem optreden herinneren in een tweedehandsboekenwinkel in Utrecht, in de akoestiek van de prachtige Trinitatiskapel in Dordrecht is het duo ronduit magisch en van het 20-jarig jubileum van Folkforum in De Rozenknop in Eindhoven maakten ze een heerlijk luisterfeest. En bij al die optredens kwam veel werk voorbij van hun debuutalbum Detached, een album dat zowel vrolijke en opgewekte stukken bevat als prachtig ingetogen nummers naast een beetje experimenteel werk. 

Was ik daar al van onder de indruk, de opvolger Middle Of Life weet misschien nog wel meer te overtuigen. Muzikaal is het een mengsel om van te smullen, lekkere Ierse deunen en heerlijke Bretonse melodieën worden afgewisseld met wat uitstapjes naar andere delen van de wereld. Zoals Mitt i Livet, dat 'midden in het leven' betekent in het Zweeds en dus als titelnummer beschouwd kan worden. Er staat zelfs een heuse IJswals tussen de stukken (fijn knoppenspel op de accordeon met de fluit als ritme, waar op het eind de fluit de melodie overneemt). En toch neigt de plaat voor mijn gevoel meer naar de Ierse traditie dan de voorganger. Wat een vakmanschap hebben deze mannen in huis! Dat begint overigens al gelijk met het Bretonse openingsnummer Ker Jacob, een wervelende wisselwerking tussen fluit en accordeon. 

Op Detached horen we David al zingen met een warme stem, nu klinken zijn vocalen intens in Foreign Lander, een eigen bewerking van een traditional. Sinds ik Pedenn (zie hier) live heb gehoord zie ik al uit naar een opname en die mag er beslist zijn als afsluiter van de plaat. Wat klinkt dat machtig mooi, sober, met de gevoelige fluit in de hoofdrol en de accordeon als een soort bas-drone daaronder, kerkklokken geven de plechtige sfeer van deze oude Bretonse melodie extra nadruk, net als het geratel van, ja wat eigenlijk? 

En dat geluid in het Zweedse stuk, hoe zit dat? Het album voelt meer Iers aan dan het debuut, daar moet ik toch het mijne van weten en hoor ik daar nou een piano in een set reels? Gelukkig komt een en ander aan bod tijdens ons uitgebreide gesprek op deze warme augustusdag.

FF: De aanleiding voor dit interview is de cd-presentatie komende tijd met David, hoe ben je hem eigenlijk tegen het lijf gelopen?

Ies: Dat heeft heel veel verschillende stadia gehad. De Ierse scene is niet enorm groot in Nederland en België, dus ik leerde hem kennen op het moment dat hij begon te spelen in Nederland en België met Philip Masure en Helen Flaherty, hij kwam toen nog uit Ierland over. Ik kan me nog heel goed herinneren dat we naar een sessie in Antwerpen gingen, ik woonde toen nog in Dordrecht geloof ik. Ik ontmoette hem in Rotterdam en toen heb ik in de trein met Dave zitten praten. Ik denk dat ik toen maar een procent begreep van wat hij zei, omdat ie zo mooi, uiterst West-Iers sprak, maar het was ontzettend gezellig. Dat was de allereerste echte kennismaking.

Vervolgens kom je elkaar af en toe tegen, hij speelt dan heel veel met Philip, ik was heel erg onder de indruk van hem, van het niveau en de begeestering en van alles wat ie doet en zo prachtig deed. 

Na een tijdje kwam hij in Utrecht wonen en kwam ik hem iets vaker tegen. Ik woonde toen in Amsterdam en was eigenlijk wat vastgelopen. Ik twijfelde wat ik moest. Ik studeerde en had leuk werk bij het Meertensinstituut maar ik wilde eigenlijk muziek spelen. Een van de druppels is geweest dat een van mijn huisgenoten suicide heeft gepleegd, toen werd ik wakker geschud, ik moest gewoon verder. En op dat zelfde moment kwam ik steeds vaker met Dave in gesprek, die ook allerlei dingen had waar die tegenaan liep. We hebben toen ontzettend veel gepraat en in die tijd zijn we echt goeie vrienden geworden.

Maar ook was er altijd het gevoel van muziek "ja, dat is leuk voor erbij", wat iedereen natuurlijk voortdurend zegt, eigenlijk moet je iets doen waar je je huis van kan betalen. En ik weet nog dat ik toen met Dave daarover sprak. Hij heeft natuurlijk dezelfde stoornis als ik, dus dat we daar anders over denken. Wij vinden muziek zo belangrijk en mooi dat het ook prioriteit krijgt in ons leven.

Hij ging vaak op de fiets heen en weer tussen Amsterdam en Utrecht en ik had zo'n heel klein vouwfietsje. Een keer was ik hem tegengekomen in Amsterdam en ik zei "ach, ik fiets wel een stukje met je mee." Hij ging hartstikke hard, zo'n racefiets had ie ook, en al pratend zaten we toen ineens al in Mijdrecht. Dat zegt heel veel over dat contact. En ook nu nog, elke autorit weer is gewoon vrij van sleur.

En dat eerste album representeert letterlijk dat wij beiden op dat moment ons losmaakten uit de situatie waar we in zaten. Hij is toen ook verhuisd, zijn relatie is uitgegaan, ik ben weggegaan uit Amsterdam en met Renske samen gaan wonen. En sinds die tijd is er een samenwerking waarin we elkaar de dingen die we meemaken en mooi vinden toesturen. Vriendschap heet dat natuurlijk, tegelijk zijn we collega's in die tijden dat we toeren. Maar ook de rest van het jaar blijven we uitwisselen, we hebben elke dag wel contact.

Muller & Munnelly in antiquariaat Aleph in Utrecht in 2019
Muller & Munnelly in antiquariaat Aleph in Utrecht in 2019

FF: Detached was alleen jullie twee toch?

Ies: Ja, maar dit album ook. Die piano, dat is Dave. We hebben nog wel overwogen om misschien iemand anders te vragen om wat met bouzouki te doen, maar uiteindelijk vonden we dit toch het beste passen, qua klank bij deze nummers. Ik vind dat ook wel het sterke eraan dat we alles zelf gedaan hebben. Voor de cover hebben we een foto van hem (hij heeft een tijd gehad dat ie heel veel fotografeerde). Hij had er een die we heel passend vonden, van 'the bog' zeg maar, met zo'n pad erdoor. 

En er zijn ook twee sterke links naar dingen, er is een nummer, IJswals, volgens mij oorspronkelijk een Franse passepied, maar ik heb die vroeger al gehoord en in het Meertensinstituut in het archief gezien. In het museum Speelklok waar ik werkte stond ie op een aantal achttiende eeuwse klokken waar je een dans mee kon doen; de klok waarvan ik hem geleerd heb heb ik getekend. En we hebben een paar soundbites gebruikt, een van een molen, waar ik nu woon in Culemborg. Ik ben boven in de molen geklommen en ik vond dat zo mooi, het is een mechanisch geluid wat niet helemaal regelmatig is, omdat ook de wind meedoet. Dus ik heb die molen ook getekend. Het is een mechaniek dus en wat ik zo mooi vind voor de klank is dat het helemaal van hout is.

FF: De klok en de molen staan dus op de achterkant van Middle Of Life. Onderweg naar huis zit hij nog na te denken over de links waarover hij het had in de vraag over folkmuziek en stuurt een mail met wat concrete voorbeelden voor nummers die op het nieuwe album zijn terechtgekomen.

Ies: Voor mij is dat dus de klok in museum Speelklok samen met het archief van het Meertens Instituut voor wat betreft de IJswals. Voor Pedenn en Ker Jacob was het Gilles le Bigot [Bretons gitarist, van o.a. Skolvan en Barzaz, red.]. Het Ierse repertoire leerden we ook van diverse muzikanten, onder andere dus Matt Molloy, die voor ons nog allerlei details opzocht over een legende rond een bijzondere melodie. 

FF: Over Molloy hebben we het deze middag ook nog, maar nog even over dat mechaniek, want hoor ik dat bij twee stukken?

Ies: Nou, bij Pedenn, dat is zo'n langzaam Bretons, een beetje bedachtzaam nummer, daar hebben we de klokken van een Bretons kerkje dat we kennen ingedaan. Voordat die gaan luiden hoor je al een "krrg krrg" en dan raakt ie de klepel en begint het luiden pas. Pedenn is een oeroud Bretons stuk en we hebben heel veel in dat soort kerkjes gespeeld. Zo kun je het kerkje mee laten spelen is eigenlijk de gedachte.

FF: Pedenn heb ik al eens live gehoord en dat vind ik een heel mooi nummer, fijn dat je die opgenomen hebt.

Ies: Het is eigenlijk een van die nummers, dat heb je eens in die zoveel tijd, dan voel je die ineens in je botten zitten of zo, zo'n kippevelmoment.

FF: Daar is een filmpje van gemaakt toen jullie in Dordrecht (in de Trinitatiskapel) speelden.

Ies: Daar hebben we hem wel heel mooi gespeeld. Het is ook de setting, dat is waar het het allermooist klinkt, in zo'n kapel. Dordrecht is natuurlijk ook een beetje mijn thuiswedstrijd, we hebben daar heel veel gespeeld en het is altijd een fijne sfeer omdat er ook heel veel goodwill is. Iedereen denkt van he, wat leuk, daar zijn ze weer. 

FF: Waarop een paar anekdotes volgen over optredens in Dordrecht en organisatoren, vaak zelf liefhebbers en mensen die het belangrijk vinden dat deze concerten plaatsvinden.

Ies: Ik merk ook dat de concerten met dit duo op heel verschillende plekken zijn, daar zitten huisconcerten bij en dan besef je dat je veel te danken hebt aan de mensen die zich daarvoor inzetten. En dan is het heerlijk als alles op zijn plek valt, wat gelukkig heel vaak gebeurt. 

FF: Wat is het meest bijzondere optreden dat jij gedaan hebt?

Ies: O jee... Een specifieke pinnen dat vind ik heel moeilijk...
Er zijn heel veel optredens, als je merkt dat iets gehoord wordt, dat men het mooi vindt...

Wat me wel altijd iets doet is als je iemand ontmoet die heel veel betekent. We hebben het album opgenomen in Vianen, maar vorig jaar was ik in mei in Ierland voor een tour met David. Rondom Westport vooral, ik logeerde boven Matt Molloy's pub, da's toch al een vrij surrealistische toestand, en ik heb ook met hem gesproken en dat soort dingen. Het is natuurlijk al leuk om zo'n inspiratie in levende lijve te ontmoeten, maar ook om daar te spelen en in contact te komen met al die mensen die ook in die gemeenschap zitten, die de hele context zijn van die muziek, dat heeft me heel veel gedaan. Hetzelfde in Bretagne. Maar da's heel algemeen natuurlijk.

Die tijd in Westport is ook cruciaal geweest voor het nieuwe album. De arrangementen en zo, we hebben daar lekker met zijn tweetjes gespeeld. 

FF: Voor mijn gevoel is het album ook meer Iers dan het vorige, hoe zit dat eigenlijk?

Ies: Ja, het is misschien wat meer traditioneel. En niet zozeer in de hoeveelheid Ierse nummers maar in de sfeer. Er zit misschien ook wel iets meer donkerte in de melodieën, lager, wat 'gloomier' gemaakt.

FF: Bij Detached had ik bij sommige nummers wel een gevoel van 'Parijse sferen', maar op Middle Of Life proef ik dat Europese veel minder.

Ies: De IJswals is dan wel Hollands, en Middle of Life [Mitt i Livet, red.] is een Scandinavische melodie, die spelen we allebei vrij laag, maar juist in de kleuring zijn ze helemaal niet zo continentaal. 

FF: Componeer jij eigenlijk al meer zelf?

Ies: Nee, nog steeds heel weinig. Ik heb altijd wel kleine ideetjes en zo. Bij sommige mensen komt het gewoon, dat gebeurt bij mij soms ook wel, maar ik heb altijd een soort beginnetje nodig. Dat had ik laatst een keertje, maar dat nummer is nog niet af. In Culemborg zijn twee torens, een is van de Binnenpoort en de andere is van een kerk. En die zijn totaal niet op elkaar afgestemd, maar beginnen wel tegelijk het uur te slaan. En dat geeft een heel bijzondere interval. Ik fietste daar een keer, hoorde dat en had een melodietje. Ik heb er met Bert nu twee die ik heb gecomponeerd en dus niet zo heel veel. Op de albums met Dave staat geen melodie van mij.

FF: De melodieën zijn dus allemaal van Dave (of traditioneel), maar je hebt daar wel inbreng in gehad?

Ies: Ja, Lotta's Orange hebben we een beetje samen geschreven, maar een groot deel van de melodie is toch gewoon traditioneel. O, en op die eerste stond er ook eentje van mij, De Lastige Eend. Ik heb toen een reel gemaakt over een straatje in Dordrecht, de Lastige Eendstraat. Ik vond dat zo leuk! Het is een heel onooglijk middeleeuws straatje en ik dacht altijd dat het iets met een eend was, maar ik heb het een keer opgezocht (moet je natuurlijk nooit doen) en toen bleek het gewoon te komen van lastig eind. Het was een heel arm buurtje, dus armlastig. Nou ja, doe mij dan die eend maar.

Maar we doen alles gelijktijdig, er komen allerlei ideetjes en je weegt die allemaal met zijn tweeën aan een tafel in een kroegje. We hebben toen ook een filmpje gemaakt, dan zitten we daar in een hoekje te repeteren [in de pub van Molloy: zie hier, red.]. En zoals het met Dave altijd geweest is, je gaat een soort kamertje binnen waar die dingen heel vanzelfsprekend zijn. Het gaat heel erg niet beredeneerd ook. Ik heb dan wel eens een klank en hij heeft natuurlijk al die verschillende akkoordenmogelijkheden op zijn instrument, dus dan komt er een combinatie en "laten we het zo doen", heel losjes eigenlijk.

FF: En denk je dan gelijk aan een bepaalde fluit die je daarbij wil spelen?

Ies: Soms wel, maar vaak proberen we ook gewoon wat. Bij heel veel nummers zitten toonladders die we allebei kunnen spelen, we hebben alleen een ander register, maar we proberen daar ook dingen in uit.

FF: Heb je wel een lievelingsfluit die je graag gebruikt?

Ies: Mijn allergrootste lievelingsfluit gebruik ik eigenlijk nooit bij Dave. Dat is gewoon mijn eigen normale D-fluit, dat is ook de eerste die ik ooit gekocht heb en daar speel ik nog steeds heel trouw op. Van dezelfde bouwer heb ik er ook eentje die een halve toon hoger staat, die gebruik ik wel vaak met Dave en natuurlijk de besfluit met die lage klank. Maar eigenlijk is er geen favoriet. Ik heb er wel laatst eentje op Marktplaats gevonden, een antieke die wel heel mooi klinkt, daar heb ik de laatste tijd veel op gespeeld. 

Het punt met al die fluiten is dat ik me er heel erg aan hecht. Veel fluitisten wisselen veel, "die andere is beter, laat ik die maar nemen", ik heb dat eigenlijk nooit gehad. Dat zou misschien wel beter zijn, maar ik wil juist op die ene alles doen wat ik kan. Ik heb niet zo de neiging om op avontuur te gaan en andere instrumenten uit te proberen.

En dan zou je die andere moeten verkopen en dat is, nou ja...

FF: Dat kun je niet over je hart verkrijgen.

Ies: Maar degene die ik heb is gewoon heel goed en ik heb niet een noodzaak om verder te kijken. En als er iets stuk gaat dan kun je het meeste wel repareren, zeker als de bouwer nog leeft. De grootste nachtmerrie lijkt mij als ie gepikt wordt, of als je hem in de trein laat liggen. Gelukkig heb ik dat nooit meegemaakt, maar ik ben nu een boek aan het lezen dat heet Accordion Crimes en je hebt iets vergelijkbaars, The Red Violin (een film), dat is eigenlijk een vertelling vanuit het perspectief van het muziekinstrument. Mensen maken iets mee en dat gaat van hand tot hand, dat vind ik mooi, dat spreekt tot de verbeelding. Toen ik die antieke fluit kocht kon ik zien dat ie heel veel had meegemaakt, reparaties en zo, hij is ook eerste helft negentiende eeuws, het is gewoon een oud instrument. Er was een klepje van zilver dat miste, maar een buurman die een cursus edelsmeden had gedaan kon dat voor mij maken. 

FF: Het gesprek dwaalt naar Bretagne, waar Ies een expositie zag van muziekinstrumenten uit de loopgraven, zo zag hij een mandoline die door een soldaat was gemaakt uit een veldfles. Maar ook naar bijzondere locaties, eerder hadden we het al over de Trinitatiskapel in Dordrecht, maar hij noemt ook het muziekinstrumentenmuseum in Eelde waar hij goede herinneringen aan heeft en deze tour weer gaat spelen met Dave.

Muller & Munnelly in de Dordtse Trinitatiskapel in 2023
Muller & Munnelly in de Dordtse Trinitatiskapel in 2023

FF: Spelen jullie eigenlijk met een seltlist of verzin je ter plekke wat je gaat doen?

Ies: Een beetje van beide, zeker met zo'n albumpresentatie. Maar meestal is het fijn om te beginnen met een paar dingen zodat je erin zit, dus de eerste twee nummers zijn dan hetzelfde en daarna kan er ook wel eens iets anders tussendoor, zeker als je wat verder in de tour bent.

FF: Je zult soms ook publiek hebben waarbij je best iets uit kunt proberen.

Ies: Ja, of je bent dan gestimuleerd om wat meer risico te nemen. Dat doe je dan niet omdat je denkt dat ze het toch niet doorhebben, maar juist omdat ze mee zijn! Als je mensen hebt die het ook leuk vinden als je wat meer op avontuur gaat. Dat zal voor een deel ook je eigen projectie zijn van de situatie, maar soms krijg je dat gevoel en dan doe je dat.

FF: Er wordt heel vaak gezegd, dat je na je eerste album, je visitekaartje waar je alles in stopt, de altijd moeilijke tweede cd moet maken. Dat begrip is Ies vreemd.

Ies: Nou wij zijn natuurlijk wel fragmentarisch actief, dus ik heb dat nooit zo ervaren, maar wat bij mij wel een grote rol speelde bij het eerste album was dat Renske hoogzwanger was. Ture, ons zoontje, was er bijna. En ik was daar heel erg van doordrongen: ja het is allemaal wel leuk en aardig, maar strakjes... Dus het moet wel nu af, want anders wordt het moeilijk. Ik had het nog niet meegemaakt, dus ik dacht ik zal wel niet zomaar alles kunnen doen dan. Bovendien, en dat had ik wel goed ingeschat, alles wordt zo anders, de perspectieven, dat zou ook invloed kunnen hebben op wat je maakt.

Maar bij deze, nu heb ik twee kinderen en mensen hebben het dan over tropenjaren en zo. Daar is wel heel veel van waar, je hebt gewoon een hele tijd heel weinig slaap. Op wilskracht en koffie kan ik heel prima me voorbereiden op dingen, maar echt iets maken is toch lastig. Ik merkte ook dat ik heel opgelucht was dat het toch weer gelukt was. Het is dus niet zo dat ik het niet meer kan.

FF: Maar heb jij dan verder geen albums meer gemaakt sinds Detached?

Ies: Nee. Covid kwam daar ook nog tussen en toen hebben we ons hele leven omgegooid, een huis gekocht waar nog heel veel aan moest gebeuren. En ik dacht als de kinderen wat ouder zijn en de dagen weer wat rustiger worden kan ik weer verder. Dit album met Dave is het eerste en in het najaar ga ik met Hamid opnemen. Bij André van den Bunt, daar heb ik heel veel zin in. Een leuke kerel, fijne muziek, het is dus juist de bedoeling om weer wat productiever te worden. Met Bert zou ik ook wel zoiets willen. 

FF: Van Laouen (het balfolkduo met Bert Leemans) is inderdaad nog niks opgenomen, terwijl Bert met zo'n beetje al zijn bands wel iets op cd heeft.

Ies: Ja, bij optredens staan er altijd van die koffertjes met heel veel cd's, een stuk of acht geloof ik. Maar met hem is het zo dat we heel lang gewoon pragmatisch dansjes gespeeld hebben en het was wat minder een creatieve uiting denk ik. Maar dat heeft nu wel wat meer zijn eigen vorm gevonden. We hebben ook bewust bepaalde instrumenten gekozen, bepaalde toonsoorten dat het wat meer solide wordt en zo. En we hebben ook een tijdje weinig gespeeld, dat is nu wel weer aan het toenemen.

FF: Je hebt ook met Wouter en de Draak als gast op hun albums gespeeld, hoe voelt balfolk spelen voor jou?

Ies: Heel divers. Ik vind het heel leuk, ik vind vooral Bretons super om te spelen. 

FF: Het is ook een andere manier van spelen, je bent niet zo vrij als bij luistermuziek.

Ies: Nee, maar je hebt andere vrijheden wel. Juist omdat het in een ritme moet kan je ook weer andere dingen doen. Ik doe het met heel veel plezier, sowieso spelen voor dansers, omdat het dansmuziek is. Ik heb soms het idee, maar dat verschilt in die scene per plek hoor, je hoort wel eens van mensen die echt een voorkeur hebben voor hele subtiele dingen en dat is als  bombardespeler toch... 

FF: Ies barst in lachen uit, de beelden vormen zich al in ons hoofd, en hij vervolgt:

Ies: Maar ik zou daar toch nooit afstand van willen doen. Tsja, ik ben bang dat zich dan toch een zekere koppigheid van mij meester maakt. 

FF: Nou ja, sommigen willen alleen maar rustige mazurka's, terwijl anderen graag zoveel mogelijk kost'ar'choad of plinn willen.

Ies: Juist, als muzikant vind ik het super leuk en de sfeer is heel goed, maar soms heb ik ook wel eens het idee dat er wat gemakkelijk gezeurd wordt. Niet dat je dat continu tegenkomt, maar soms... Het is natuurlijk ook meer vanuit de dansers bekeken en dat is hun goed recht. Maar de bombarde blijft.

FF: Je hebt ook een nieuw projectje?

Ies: Nou, dat is niet nieuw. Ik heb nu ook een projectje met Aart [Dersjant, red.] en dat is puur Bretons, bombarde biniou. Dat bestaat al heel lang. Ik heb de laatste tijd weer een beetje met hem zitten spelen en dat was echt heel fijn! Die jongen speelt gewoon echt goed, hij is een hele goede piper, speelt meestal Schotse doedelzak, maar bij ons dan biniou. Ik vind het fantastisch, we hebben nu een paar keer gespeeld, een keer fest noz in Nijmegen bij De Refter, superleuk, en we hebben twee keer op Castlefest gespeeld, maar wat je met zoiets niet moet doen is een uur achter elkaar. Om allerlei redenen, ook het uithoudingsvermogen van de muzikanten.

Als je in Bretagne zelf kijkt, dan speel je twintig minuten een setje en dan gaat de volgende. Er wordt heel veel gerouleerd bij zo'n fest noz en dan spelen ze later nog een keer. Dus als je het wilt toevoegen is het verstandiger om het niet te boeken zoals je een andere balband boekt, maar als extraatje. En ik zou het zo graag een plekje willen geven. Wat dat betreft is Culemborg wel een goede plek, als we repeteren gaan we gewoon in de uiterwaarden staan.

Ik heb ook nog wat andere plannetjes, maar dat is nog heel pril. 

FF: Ies vertelt over een project met Soetkin Collier, dat nog in de verkennende fase zit en over een toevallige ontmoeting met een Ierse bouzoukispeler in de trein na zijn bezoek aan Mulligan's (dat overigens volgens hem niets veranderd is na de wisseling van beheerder). En zo heb je weer een nieuw contact opgedaan?

Ies: Ja, zo gaat het heel vaak in de muziek natuurlijk. Het duo dat ik met Philip had was ook heel leuk, maar ja, het kwam niet echt van de grond en de afstand speelt ook een rol. Nu met Jiroh [Matulessy, red.] heb ik ook al veel gespeeld. Ook een heel mooie muzikant. Ik merk ook dat als iets heel lang geslapen heeft dan is het de ene keer heel makkelijk om verder te gaan, zoals met Dave, en de andere keer kost het heel veel energie om het weer op de rails te krijgen.

FF: We kletsen nog wat na, over jonge muzikanten in Ierland en over de volksaard daar, hij heeft gemerkt dat het vaak wel erg oppervlakkig blijft als je met ze in gesprek gaat. 

Ies: Depressie en alcoholisme horen bij de muziek, maar niemand zal er iets over zeggen. Ze zijn altijd opgewekt en lichtvoetig, de excentrieke Ier met een tweed petje verkoopt. 

FF: We zijn het erover eens dat het bij David Munnelly (die geen druppel drinkt) wel ergens over mag gaan, dat hij heel oprecht is en Ies noemt eerdere bands van David, zoals de David Munnelly Band, Hot Spoons (waar hij nog een paar keer mee heeft gespeeld) en Accordeon Samurai, met name de samenwerking tussen David en Riccardo Tesi en de invloed van dat project op het huidige spel.

Ies: Dave is heel avontuurlijk, de manier waarop wij arrangeren, hij heeft natuurlijk een heel sterke connectie met die samurai-tijd en die manier van werken.

Je zei daarnet ook, en dat ben ik wel met je eens, dat het nieuwe werk wat Ierser klinkt, maar er zijn heel veel dingen on-Iers aan. En dat is wel leuk, dat merk je ook als je in Ierland speelt.

FF: Daar valt het natuurlijk meer op, voor mensen die opgroeien met Ierse muziek.

Ies: Ja, want voor mij is het inmiddels ook vanzelfsprekend dat we zo spelen, het is gewoon hoe we spelen en hoe we zijn, maar als je dat in Ierland doet dan is er verbazing, maar we hebben daar ook heel erg leuke concerten gehad. We zaten notabene in Matt Molloy's pub te repeteren. En Peter Molloy, zijn zoon (goeie fluitist ook), die was er ook en zei, "it's lovely, but what is it?"

Maar dat is juist het leuke met Dave, om niet-Ierse muziek te implementeren op die podia. Om nog terug te komen op bijzonderste concert, dat is ieder concert waar het zo verrassend klikt. Waar je door de klik verrast kan worden. Dat klinkt alsof je ervan uitgaat dat het niet zal gebeuren maar ja, als je iets geriskeerd hebt en het pakt goed uit, ja, toch het avontuur zoeken, dat is wel een van de rode draden.

FF: Praten over muziek is iets waar we deze middag letterlijk uren mee bezig zijn geweest. Het was heerlijk om ervaringen uit te wisselen als liefhebbers van folk. Vanaf 24 september gaan Ies Muller en David Munnelly het album voorstellen op Nederlandse en Belgische podia. Daarover zegt hij:

Ies: Waar ik heel blij mee ben is dat ik met alle plekken waar we spelen ook een soort band heb. Er is er geen waar ik met onverschilligheid naartoe ga.

FF: Rest mij alleen nog om te melden waar en wanneer Ies en David spelen:

Ies Muller & David Munnelly presenteren Middle of Life, tourdata september-oktober 2025:

24 september: huisconcert, Zeist
25 september: De Parel van Zuilen, Utrecht
26 september: Trinitatiskapel, Dordrecht
27 september: The Piano Lab, Oostende (B)
28 september: Museum Vosbergen, Eelde
28 september: Wongema, Hornhuizen
29 september: Casa Bruti, Scheveningen
30 september: 't Rozenknopje, Eindhoven
2 oktober: Gelderlandfabriek, Culemborg
3 oktober: Stamineeke, Webbekom (B)
4 oktober: Torpedo Theater, Amsterdam
5 oktober: Scagon Deluxe, Schagen

Zie ook:

Ies Muller: https://www.iesmuller.com
David Munnelly: http://davidmunnelly.com

En de mannen zijn uiteraard ook terug te vinden op diverse socials. Zoek ze op, ga naar een concert. Je krijgt er geen spijt van.