
Richard Thompson – Hippies, thugs and heroes - New West Records NW6627
De muzikale loopbaan van Richard Thompson omvat al meer dan zes decennia. In de jaren 60 van de vorige eeuw was hij mede-oprichter van Fairport Convention, hij vormde, samen met zijn toenmalige vrouw Linda een zeer gerespecteerd duo en is vanaf 1983 actief als soloartiest.
Nog nooit heb ik Thompson kunnen betrappen op een ondermaats album, zijn kwalitatieve maatstaven liggen erg hoog. Nu de jaren gaan tellen, Thompson is inmiddels 77, is er opeens ook een gevoel van urgentie. Thompson beaamt dit zelf ook wel eens. ‘Het kan best de laatste wel eens wezen. Laat me maar eens goed uitpakken…’
En uitpakken doet hij zeker! Thompsons liefde voor verhalende teksten is nagenoeg bekend. De karakters uit de titel van het album komen in allerlei gedaanten aan bod. Het album opent vlot met Sorcerer’s apprentice, over iemand die zich ongelukkig voelt in een sekte en zich wil losmaken. Pikant detail: Thompson zocht in de jaren 70 zelf naar spirituele antwoorden in een Sufi-gemeenschap.
De oude hippies, tegenwoordig veelal gesettelde burgers, zijn onderwerp in het cynische Cocaine walking, booze talking. Thompson wantrouwde de hippie-idealen van toen, hoewel hij zichzelf tegenwoordig zeker een hippie voelt, die gelooft in vaste waarden als liefde en vrede. Thompsons compassie voor de minderbedeelden in de samenleving begon al jaren geleden met Down where the drunkards roll en The sun never shines on the poor. Op het nieuwe album krijgt dit thema een mooi vervolg in de vorm van Pauper’s Grave, een ode aan de verliezers in de maatschappij. Unsung hero is een eerbetoon aan degenen die tegen een gering salaris het zware en vuile werk moeten doen, de stratenmakers en vuilnismannen als de ware helden in deze wereld.
Beklemmend is She burns it all over hekserij en zwarte magie, een van die zwaarmoedige liederen waarop Thompson een patent heeft. Een stuk luchtiger is het folky Everybody’s stealing. Thompsons verhaal over boeven en oplichters kent echter een wrang randje. Op kerstavond vorig jaar werd er bij de Thompsons ingebroken…
The soul in me is een liefdesliedje zoals Thompson er meer schreef. Weemoedig en troosteloos, zoals een afgewezen geliefde zich voelt. “Did you ever get that feeling like you’re all torn up inside…”.
The big smoke gaat over familieverbanden en is geïnspireerd door Thompsons grootmoeder die in haar jonge jaren verhuisde van het stille Schotse eiland Skye naar de drukke, grote stad Glasgow.
Een van de thugs uit de titel is zeker Stringer. “Stringer he’s a bad man, he murders for pleasure…” Een van de hoogtepunten van het album, waarin Thompson teruggrijpt naar het folk-rockgeluid wat hem zo kenmerkte in de jaren 70.
Thompson schakelt moeiteloos van intieme akoestische klanken naar een vol bandgeluid met vaste metgezellen Taras Prodaniuk op bas en Michael Jerome op drums. Een grote rol is er verder weggelegd voor David Mansfield op gitaar en viool. Ook oude vriend John Kirkpatrick is te beluisteren op accordeon.
Dat Thompson tegenwoordig goed bij stem is, bleek al uit het concert dat hij in juni in Utrecht gaf. Dat hoor je ook op het nieuwe album. Krachtige, donkere vocalen en zowaar een duet in romantische setting met partner Zara Phillips in de ballade Pipe dreams.
Opnieuw heeft Richard Thompson mij weten te verrassen. Hippies, thugs and heroes is in mijn optiek een van de beste albums uit zijn hele carrière.
Assie Aukes